Prijs van ruwe olie

Wegens de zeer grote invloed ervan op de index van de kosten van levensonderhoud (in het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen [HICP] is de prijs van ruwe olie goed voor iets minder dan 10%), wordt de prijs van ruwe olie door de centrale banken bijzonder nauwlettend in het oog gehouden. Een verhoging van de benzineprijs met 50 cent neemt 100 miljard dollar weg uit de zakken van de Amerikaanse consumenten. Volgens berekeningen van het Internationaal Monetair Fonds leidt een stijging van de olieprijs met twintig procent tot een wereldwijde daling van de economische activiteit met ongeveer één procent. De toenemende integratie van China, Brazilië en India in de wereldeconomie doet de vraag naar olie toenemen en zal de prijs op lange termijn waarschijnlijk verder opdrijven. – Anderzijds profiteren de exporterende landen (vooral Duitsland, de VS en Japan) van de olieprijsstijgingen omdat de olie-exporterende landen de gestegen inkomsten besteden aan de invoer van hoogwaardige industrieproducten (petrodollar-recycling). Per saldo wordt dus vooral Duitsland veel minder getroffen door stijgingen van de olieprijs dan de bovengenoemde vuistregel doet vermoeden. – Bovendien stimuleert een hoge olieprijs in Duitsland investeringen in energiebesparende maatregelen (gekenmerkt door aanzienlijke voorinvesteringen) en in de (gedeeltelijk gesubsidieerde) ontwikkeling van milieuvriendelijke energiebronnen (geothermische energie, biogas, windkrachtcentrales, zonnecollectoren), alsmede energiebesparende maatregelen (betere benutting van schaarse energie, zoals voorschriften inzake thermische isolatie). – Wereldwijd stimuleren hoge olieprijzen het boren naar diepzeevelden en de winning van olie uit bitumineuze zandstenen (oliezanden). – Zie biobrandstoffen, crack spread, koppeling energie-inflatie, energieprijzen, aardolie-inflatie, aardolie-voedsel-inflatie. Context, inflatie, mondiaal, inflatiecompensatie, koopkrachtuitstroom, klimaatinflatie, kooldioxide-inflatie, loon, geïndexeerd, loon-prijsspiraal, olieprijs, olieprijsschokken, petrodollar, eiwitinflatie, rimpelingen, grondstoffenprijzen, schokken, structureel, elektriciteitsprijs, tweede-ronde-effecten. – Cf. ECB Maandbericht juli 2005, blz. 14 e.v. (hergebruik van olie-inkomsten en de gevolgen daarvan; invoercijfers), Deutsche Bundesbank Maandbericht augustus 2005, blz. 11 e.v. (hoog “tegenvallerspotentieel”; overzicht van twee bladzijden blz. 12 e.v.). met belangrijke toelichtingen in de noten), ECB Maandbericht van oktober 2005, blz. 37 e.v. (overzichten; blz. 38 ook prijzen benzinestations), ECB Maandbericht van januari 2006, blz. 14 e.v. (oorzaken van olieprijsbewegingen), ECB Maandbericht van februari 2006, blz. 38 e.v. (doorwerking in de HICP; prijselasticiteiten; blz. 41: empirische vuistregel: stijging van de olieprijzen met 10% leidt rechtstreeks tot een stijging van de consumentenprijzen met 1,5%), ECB Maandbericht van april 2007, blz. 62 e.v. (effect van recycling van de oliedollar op de uitvoer van het eurogebied; overzichten), ECB Maandbericht juli 2007, blz. 85 e.v. (kerngegevens met betrekking tot olie-exporterende landen; overzichten), ECB Maandbericht juli 2008, blz. 39 e.v. (raffinagemarges; verhouding tussen benzine- en dieselprijzen; overzichten), Cf. ECB Maandbericht van september 2008, blz. 19 e.v. (schommelingen in de olieprijs; rol van indexfondsen en speculanten; overzichten), Deutsche Bundesbank Jaarverslag 2008, blz. 15 e.v. (opeenvolging van zeer hoge en vervolgens zeer lage olieprijzen), Deutsche Bundesbank Jaarverslag 2009, blz. 16 e.v. (olieprijs in vergelijking met andere prijzen; overzicht), ECB Maandbericht van maart 2010, blz. 16 e.v. (Oliemarkt 2000-2009; overzichten), ECB Maandbericht van augustus 2010, blz. 81 e.v. (gedetailleerde uiteenzetting van het belang van de olieprijs voor de economie van het eurogebied; veel overzichten; prognoses), ECB Maandbericht van oktober 2011, blz. 52 e.v. (invloed van de grondstoffenprijzen op de HICP in het algemeen en voor olie in het bijzonder; overzichten), Jaarverslag 2011 van de Deutsche Bundesbank, blz. 21 (grafiek van de prijsontwikkelingen sinds 2007 voor ruwe olie, industriële grondstoffen en voedingsmiddelen); Maandbericht van de ECB van januari 2012, blz. 42. e.v. (prijsontwikkelingen sinds 2006; overzichten); blz. 48 e.v. (olieprijs en inflatie in het eurogebied); ECB Maandbericht van juni 2012, blz. 29 e.v. (gedetailleerde bespreking; overzichten; speculatieve transacties met ruwe olie; prijselasticiteiten; literatuurverwijzingen), ECB Maandbericht van januari 2013, blz. 45 e.v. (lasten van de olie-invoer in het eurogebied, uitgesplitst per land), ECB Maandbericht van mei 2013, blz. 83 e.v. (basisbeginselen inzake de betrouwbaarheid van olieprijsprognoses; overzichten; referenties), ECB Maandbericht van september 2013, blz. 13 e.v. (aardgasprijzen sinds 2001; veel overzichten, prognose), ECB Maandbericht van oktober 2013, blz. 70 e.v. (fiscale aspecten van de consumentenprijzen van brandstoffen; overzicht).

Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/

Comments

So empty here ... leave a comment!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Sidebar