Vaak gebruikte term, maar met een andere inhoud (denotatie: het geheel van dingen waarop een term van toepassing is; de voorwerpen bedoeld met “activa”). – Alle goederen die eigendom zijn van – particuliere huishoudens, en dan in de oudere literatuur ook wel huishoudens genoemd, – bedrijven, en dan in relatie daarmee ook vaak bedrijfskapitaal genoemd en in de economische zin industriële activa, alsmede – de staat. De som van deze drie bestanddelen wordt het reële vermogen genoemd. – De reële activa plus alle omstandigheden die de permanente ontwikkeling van de economische krachten in een economie dienen (= nationale rijkdom). – Volgens de IFRS – alle materiële en immateriële activa (immateriële activa; immateriële activa), – die eigendom zijn van een onderneming en – die de mogelijkheid bieden een instroom van kasmiddelen te genereren. – Geld dat wordt belegd in effecten die inkomsten genereren, zoals aandelen, obligaties of onroerend goed. – Bij kapitaalbeheermaatschappijen in bewaring gegeven gelden als tegenprestatie voor de uitgifte van bewijzen van deelgerechtigdheid en de daarmee verkregen goederen (afgescheiden vermogen: bijzonder vermogen overeenkomstig § 6, lid 1 KAGG). – Geld dat belegd is in fondsen en activa ten behoeve van ouderdomspensioenen of verzekeringscontracten (vastgelegde activa). – In financiële zin, de bezittingen van een bedrijfseenheid die op korte termijn in contanten kunnen worden omgezet (= financiële activa). – In de statistieken van de ECB, bruto-investeringen in vaste activa, na aftrek van afschrijvingen, rekening houdend met veranderingen in voorraden en niet-geproduceerde activa (materiële activa); zie de berekening en de vastgestelde waarden onder het kopje “Financiële en niet-financiële rekeningen” in het hoofdstuk “Eurogebied-statistieken” in het desbetreffende ECB Maandbericht. – Zie edelmetaalvoorraad, fondsen, handelskapitaal, duurzame consumptiegoederen, grondbezit, activa, investering, kapitaal, kapitaalbeheermaatschappij, kapitaalratio, kapitaalgoed, kapitaalvoorraad, fondsen, roerend vermogen, pensioenfondsen, plutocratie, particulier vermogen, register voor gekwalificeerde beleggers, nettowaarde, echt vermogen, maatschappelijk kapitaal, vermogenseffect, vermogen, rijkdom. – Zie het maandverslag van de Deutsche Bundesbank van december van elk jaar met gedetailleerde informatie over het vermogen van Duitse ondernemingen, uitgesplitst naar economische sector en onderverdeeld in afzonderlijke vermogensbestanddelen, Maandverslag van de ECB van mei 2006, blz. 49 e.v. (kapitaalvoorraad in de eurozone en zijn componenten met veel overzichten), Jaarverslag van de BaFin 2005, blz. 143 (prospectusvereiste voor beleggingen in activa), Maandverslag van de Deutsche Bundesbank van juni 2005, blz. 17 (overzicht van de kapitaalvorming sinds 1991), ECB Maandverslag van oktober 2006, blz. 71 e.v. (belangrijke toelichtingen bij de registratie van de kapitaalpositie; overzichten), ECB Maandverslag van december 2006, blz. 53 e.v. (berekening van het nettovermogen van particuliere huishoudens), Deutsche Bundesbank Maandverslag van januari 2008, blz. 33 e.v. (kapitaalrekening; nationaal vermogen), ECB Maandverslag van mei 2013, blz. 53 (ontwikkeling van de kapitaalrekening sinds 2000).

Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@ekrah.com
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *