Door olie aangedreven inflatie

Een term die rond 2000 is ontstaan voor het feit dat de prijzen wereldwijd in (bijna) alle sectoren van een economie stijgen wanneer de olieprijs stijgt. Dit komt doordat olie in vele takken van de industrie wordt verwerkt, zelfs in de metaalindustrie (bijvoorbeeld bij de produktie van aluminium). Bovendien doen zich verschillende substitutie-effecten voor. Zo stijgt bijvoorbeeld de prijs van natuurrubber omdat dit een substituut is voor synthetisch rubber op basis van aardolie. Zelfs de wereldmarktprijs van uranium is afhankelijk van de aardolieprijs, aangezien de door kerncentrales opgewekte elektriciteit gedeeltelijk de duurdere elektriciteit van oliegestookte centrales vervangt. – De vraag naar ruwe aardolie neemt mettertijd toe, vooral in de ontwikkelingslanden en de nieuwe industrielanden, bij een gelijkblijvende produktie in de wereld; dit komt vooral doordat – de opkomende industrie daar ruwe aardolie verbruikt, – (plaatselijke) elektriciteitscentrales worden gebouwd die elektriciteit opwekken op basis van ruwe aardolie (elektriciteit op basis van brandstof), – in de land- en bosbouw de vroeger overheersende handenarbeid geleidelijk wordt vervangen door machines, – in deze landen een steeds dichter net van verkeerswegen ontstaat, waardoor de vraag naar allerlei soorten voertuigen toeneemt (vliegtuigen, spoorwegen, schepen, vrachtwagens (CH. Camions), bussen en touringcars): camions), bussen (CH: autocars, vaak gewoon auto’s), personenauto’s). – In de geïndustrialiseerde landen leidt een sterke stijging van de olieprijs tot een (relatieve) daling van de vraag; vooral omdat substituten (zoals kernenergie, biogas, windenergie, zonnepanelen) en verschillende energiebesparende technologieën (thermische isolatie, motoren met een lager brandstofverbruik) nu worden weggelokt. – Zie biobrandstoffen, crack spread, druk, desinflatoir, energie-inflatie nexus, olie-voedsel nexus, financialisering, inflatie, mondiaal, inflatiecompensatie, koopkracht-uitstroom, klimaat- Inflatie, kooldioxide-inflatie, loon, geïndexeerd, loon-prijsspiraal, olieprijs, olieprijsschokken, petrodollar, eiwitinflatie, grondstoffenprijzen, schokken, structureel, elektriciteitsprijs, tweede-ronde-effecten. – Cf. ECB Maandbericht van september 2008, blz. 19 e.v. (schommelingen in de olieprijs; rol van indexfondsen en speculanten; overzichten), Deutsche Bundesbank Maandbericht van juni 2009, blz. 40 e.v. (model van de effecten van een energieprijsquoque op het aanbod), ECB Maandbericht van februari 2011, blz. 95 e.v. (essay met basisverklaringen en meer recente bevindingen; overzichten), ECB Maandbericht van januari 2012, blz. 48 e.v. (de olieprijs is sinds 1999 jaarlijks met iets meer dan vijf procent gestegen, waardoor de HICP is opgedreven), Deutsche Bundesbank Maandbericht van juni 2012, blz. 29 e.v. (verband tussen de olieprijs en de conjunctuurcyclus; veel gedetailleerde overzichten; referenties), ECB Maandbericht van januari 2013, blz. 45 e.v. (last van de olie-invoer in de eurozone, uitgesplitst per land), ECB Maandbericht van mei 2013, blz. 83 e.v. (basisbeginselen inzake de betrouwbaarheid van olieprijsvoorspellingen; overzichten; referenties), ECB Maandbericht van oktober 2013, blz. 70 e.v. (fiscale aspecten van de consumentenprijzen van brandstoffen; overzicht).

Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/

Comments

So empty here ... leave a comment!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Sidebar