Overheidsschuld, effecten (effecten van overheidsschuld)
Een hoge overheidsschuld – leidt tot middelen voor de aflossing van de schuld (schuldendienst), die niet langer beschikbaar zijn voor productieve uitgaven – vooral: Investeringen om de produktie aan te passen aan de technische vooruitgang – en dus om de toekomstige levensvatbaarheid van de economie en de samenleving te verzekeren – zijn niet langer beschikbaar; Dit leidt tot een hoger renteniveau, dat wordt uitgelokt door de toegenomen concurrentie om investeerders (crowding-out), – wat weer een nadelig effect heeft op de groeidynamiek van een economie, omdat bedrijven nu investeringsleningen bij de banken moeten afsluiten tegen minder gunstige voorwaarden; de financiering van waardevolle investeringen wordt steeds moeilijker; maar ook – de onzekerheid (onzekerheden) die ontstaat door de stijgende overheidsschuld: namelijk de onzekerheid over de vraag of de overheid de schuld zal terugbetalen door middel van besnoeiingen op de uitgaven, belastingverhogingen of inflatie) heeft een rechtstreeks effect op de groei, voor zover daardoor de onzekerheid over het ondernemerschap toeneemt; – vermindert het binnenlandse inkomen, voor zover de obligaties in vreemde valuta luiden; – maakt de ruimte voor het begrotingsbeleid kleiner naarmate de schuldendienst toeneemt, met andere woorden: de staat kan in een fase van economische zwakte de geaggregeerde vraag niet stimuleren, bijvoorbeeld door werklozen te ondersteunen, de belastingdruk te verlagen of door de overheid gefinancierde speciale gebouwen te bouwen, hetgeen op zijn beurt – het vermogen van de staat beperkt om infrastructuurprojecten te financieren; dit heeft ook groeiremmende effecten; – boven een bepaald schuldniveau twijfel doet rijzen over de kredietwaardigheid van de staat, hetgeen – zoals de recente financiële geschiedenis vaak aantoont – zeer snel kan leiden tot een faillissement van de staat. – Zie “fiscal drag”, “default”, “policy default”, Rogoff-studie, “sovereign bond”, “sovereign debt reduction”, “sovereign debt”, “consumption-reducing sovereign debt”, “sovereign debt pressure”, “sovereign debt-interest rate correlation”. – Cf. ECB Maandbericht juni 2010, blz. 91 e.v. (kosten en baten van de vermindering van de overheidsschuld; ervaringen), blz. 94 e.v. (brutoschuld en financiële activa in het eurogebied 1999-2009; overzichten), ECB Jaarverslag 2010, blz. 83 e.v. (kosten en baten van begrotingsconsolidatie; se), Financieel Stabiliteitsverslag 2010, blz. 28 e.v. (verband tussen schuld en groei), ECB Maandbericht april 2012, blz. 63 e.v. (gedetailleerde presentatie van de houdbaarheid van de schuld in relatie tot de eurozone als geheel en individuele leden; veel overzichten), Financial Stability Report 1012, blz. 21 e.v. (twijfels over de houdbaarheid van de schuld van sommige EMU-leden leiden tot vertrouwenscrisis), Cf. Monthly Report of the ECB of March 2013, blz. 92 e.v. (groeiremming van hoge overheidsschuld; overzichten; referenties), Monthly Report of the Deutsche Bundesbank of January 2014, blz. 41 e.v. (manieren om de vertrouwenscrisis te overwinnen; veel overzichten; referenties).
Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/

Comments
So empty here ... leave a comment!