In oudere literatuur wordt overheidsschuld vaak ook nationale schuld(en) genoemd
In engere zin, de som van alle gesecuritiseerde en statistisch geregistreerde verplichtingen van de overheidssector (expliciete overheidsschuld). – In ruimere zin, plus alle uitgaven waartoe reeds is besloten en die pas in de toekomst effect zullen sorteren (impliciete overheidsschuld). Met name sociale-verzekeringsstelsels die op basis van het omslagstelsel worden gefinancierd, bevatten reeds betalingsverplichtingen voor de toekomst. Deze verplichtingen vormen een schuld die niet tot uiting komt in de begrotingen van vandaag; voor het grootste deel moeten zij worden betaald door toekomstige generaties. Omdat door de vergrijzing van de samenleving een steeds kleiner aantal premiebetalers tegenover een steeds groter aantal uitkeringsgerechtigden komt te staan, brengt de impliciete staatsschuld een schat aan problemen met zich mee. – De som van en wordt ook wel reële [echte] overheidsschuld genoemd. Voor Duitsland werd dit geschat op 290 (!!) procent van het bruto binnenlands product in 2010. – Een hoge overheidsschuld betekent onvermijdelijk hoge overheidsuitgaven voor rentebetalingen. In 2040 zal de schuldenberg die Duitsland in de loop van de decennia heeft opgebouwd door rentebetalingen vijftien procent van het bruto binnenlands product opslokken. Dit leidt op zijn beurt tot druk op de centrale bank om de rentevoeten zeer laag te houden of zelfs opzettelijk, moedwillig, de inflatie aan te moedigen. – In de loop van de financiële crisis die volgde op de subprime-crisis, kocht de Amerikaanse centrale bank staatsobligaties op die door haar eigen regering waren uitgegeven. Dit komt neer op een vrijwel ongebreidelde toename van de geldhoeveelheid (een monetaire parectase) en is veroordeeld als een roekeloze aanslag op het spaargeld van de burgers, omdat hierdoor inflatie wordt geprogrammeerd. – Zie leeftijdsratio, Bundesrepublik Deutschland Finanzagentur GmbH, deficit hawk, tekortquote, Europese Monetaire Unie, fundamentele fout, ECB-zonde, begrotingsreferendum, wanbetaling, dagopvang voor kinderen, controlerekening, kredietbevriezing, nettoschuldeiser, beleidsverzuim, primair saldo, deelneming van de particuliere sector, Rogoff-studie, schuld, zwevend, schuldrem, gevoeligheidsanalyse, budgettair, solidariteit, financieel, overheidsschulddruk, relatie overheidsschuld-rentevoet, stabiliteits- en groeipact, belastingconcurrentie, begrotingskader, horizonbepaling, houdbaarheidstekort, grondwettelijk artikel 1, schuldquote, publiek, wet van Wagner, padinflatie, payday rule, rentelast, renteswap. – Cf. het schuldniveau, uitgesplitst voor de leden van de monetaire unie en de EU, in het Statistics Pocket Book van de ECB; de totale schuld (standen en mutaties) in de bijlage “Eurogebiedstatistieken”, rubriek “Overheidsfinanciën” van het respectieve ECB Maandbericht, ECB Maandbericht van april 2005 (vanwege de statistische vergelijkbaarheid van de getoonde cijfers), ECB Jaarverslag 2004, blz. 63 e.v. (diverse overzichten), ECB Maandbericht van augustus 2005, blz. 78 (geannoteerd overzicht van de schuld in de afzonderlijke staten), ECB-maandverslag van februari 2007, blz. 65 e.v. (gedetailleerde beoordeling van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën in de monetaire unie), Deutsche Bundesbank-maandverslag van oktober 2007, blz. 48 e.v. (overwegingen betreffende een effectieve limiet), Deutsche Bundesbank-maandverslag van mei 2009, blz. 25 (voorwaardelijke verplichtingen zouden in de overheidsschuld moeten worden opgenomen), ECB-maandverslag van september 2009, blz. 94 e.v. (Vermindering van de overheidsschuld: Ervaringen in het eurogebied; tabel; referenties), ECB Maandbericht van mei 2010, blz. 34 e.v. (niveau en uitsplitsing van het overheidstekrediet in het eurogebied sinds 2008; overzichten; uitgiftegedrag van overheden), Deutsche Bundesbank Jaarverslag 2010, blz. 64 (kerncijfers 1998 tot en met 2010), blz. 92 e.v. (maatregelen ter beteugeling van de overheidsschuld in Europa), Financial Stability Report 2010, blz. 28 e.v. (correlatie schuld-groei), ECB Maandbericht van maart 2011, blz. 104 e.v. (schuld gemeten naar primair saldo; overzichten; referenties), Deutsche Bundesbank Maandbericht van april 2011, blz. 53 e.v. (maatregelen om staatsschuldcrises te voorkomen), ECB Maandverslag van april 2012, blz. 63 e.v. (gedetailleerde presentatie van de houdbaarheid van de schuld in relatie tot het eurogebied als geheel en individuele leden; veel overzichten), Financial Stability Report 2012, blz. 18 e.v. (gedetailleerde presentatie van de staatsschuldcrisis; veel overzichten; referenties), Cf. ECB Maandbericht van maart 2013, p. 92 e.v. (groeiremming door hoge staatsschuld; overzichten; referenties), ECB Maandbericht van april 2013, p. 24 e.v. Liabilities of individual euro member states vis-à-vis foreign countries; overviews; trends), ECB Maandbericht van mei 2013, blz. 93 e.v. (diepgaande analyse van de schuldniveaus van de leden van het eurogebied; overzichten; referenties).
Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/

Comments
So empty here ... leave a comment!