Skip to content
Finanzbegriffe A–Z Sprachen Institutionen llms.txt 206,124 TERMS 26 LANG REST MD JSON-LD

Sprachbestand des Finanzlexikons

Dutch

7,469 veröffentlichte Finanz- und Wirtschaftsbegriffe in dieser Sprachkategorie.

Dutch

Meltdown-risico (risico van buitensporige hefboomwerking)

Het risico dat een algemene schuldafbouw de activaprijzen onder druk zet. Hierdoor daalt de marktwaarde van de in de balans opgenomen activa en daalt het eigen vermogen. In het kader van Bazel III moeten…

Aktualisiert 10. September 2022

Dutch

Afstand tot standaard

Maatstaf die wordt gebruikt om de stabiliteit op de financiële markt te beoordelen. De maatstaf is meer precies het aantal standaardafwijkingen van de waarde van de activa ten opzichte van de drempel voor wanbetaling…

Aktualisiert 10. September 2022

Dutch

Resolutie regime

Een term die na 2010 in het taalgebruik van de toezichthoudende autoriteiten is opgenomen. Het betreft voorzorgsmaatregelen voor het geval een systeembank in moeilijkheden komt. In beginsel moet de afwikkeling op zodanige wijze plaatsvinden…

Aktualisiert 10. September 2022

Dutch

Bail-out paniek, sell-run en bail-out

In financieel jargon, de overhaaste verkoop van activa – en met name effecten – zonder rekening te houden met de opbrengst (het overhaast en ongeacht de prijs verkopen van een goed of meer bepaald…

Aktualisiert 10. September 2022

Dutch

Takedown

De overdracht van geld van een bank naar een kredietnemer krachtens een leningsovereenkomst, krediettoezegging of kredietlijn. – Zie oproepperiode, oproeprisico, neerwaarts risico, rekening, auto-balanced, termijnrisico, overdracht, definitief. Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd…

Aktualisiert 10. September 2022

Dutch

Prijsaanpassingsheffing, egalisatieheffing

Heffing met tariefequivalent effect. In bepaalde gevallen, en met name in het geval van landbouwprodukten, is de heffing bedoeld om het verschil tussen de invoerprijs van een produkt en de binnenlandse prijs te compenseren,…

Aktualisiert 10. September 2022

Dutch

Settlement (uitvoering; schikking; resolutie)

In de financiële markt, het proces van het voltooien van een order om effecten te kopen of te verkopen. – In het betalingsverkeer, de feitelijke uitvoering van een betalingsopdracht, namelijk de overschrijving van de…

Aktualisiert 10. September 2022

Dutch

Verwaarlozing

Het afzien (niet uitoefenen; opgeven) van een optie (besluit om een optie niet uit te oefenen of te verrekenen), dan ook afstand genoemd (waiver: in het algemeen het opzettelijk afstand doen van een recht,…

Aktualisiert 10. September 2022