Triftgeld (heffing voor het rijden van boomstammen; faldfee; weidegeld)
Vergoeding voor het gebruik van een waterweg voor het drijven, namelijk het raften: het vervoer van drijvende boomstammen of timmerhout. – Betaling aan de eigenaar (in oudere documenten vaak ook Possessor; eigenaar) van een stuk grond voor het vruchtgebruik (het tijdelijke gebruiksrecht) van de grond om – er vee over te leiden naar de weide (Hut, Hutung) (vergoeding betaald voor het voorrecht om vee over een perceel te verplaatsen); Trift betekent hier het pad tussen de stal en de weidegrond, of ook – om er vee te laten grazen. – In veel Duitse streken bestond een weiderecht (ook wel Triebrecht, Triftgerechtigkeit, Weidegang, Hut genoemd) als de bevoegdheid om het eigen vee over de braakliggende grond van een ander te drijven om te weiden. Daarnaast waren er echter ook gemeenschappelijke veepaden (Treibwege), aan het onderhoud waarvan de gebruikers moesten bijdragen door het betalen van het Triftgeld. – Zie Alpgeld, Bugsiergeld, Eckergeld, Gussgeld, Hallage, Hammelgeld, Holzfuhrgeld, Kuhgeld.
Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/

Comments
So empty here ... leave a comment!