Kleingeld; geldscherven; rijkdom
Een andere term voor munten in de schede in het algemeen; in oude documenten ook wel bubbelgeld genoemd; bubbel = hier: Tas, portemonnee). – Munten die nauwelijks (enige) koopkracht hebben en die zich ophopen in de geldzak (kleine munten die slechts een bijna nulwaarde hebben, maar die regelmatig verstopt raken in de geldzak). – In de omgangstaal in het Duits (jemand hat das nötige Kleingeld [iemand heeft de nodige middelen]) ook aanduiding voor rijkdom en vermogen. – Zie Aufrundung, Aushingeld, Brunnengeld, Geldbeutel, Geldtüte, Geldbezeichnungen, volkstümliche deutschsprachige, Gequetschte, Hühnerfutter, Nasarinchen, Penonse, Pezzi, Sporen Raffel, Zucker. – Cf. Maandverslag van de Deutsche Bundesbank van januari 2013, blz. 30 e.v. (Muntwezen in de EMU en in Duitsland; veel overzichten).
Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/

Comments
So empty here ... leave a comment!