Muntvoet (standaard [van legering], monetaire standaard)

Vroeger het cijfer dat aangeeft hoeveel munten kunnen worden geslagen uit een gewichtseenheid edelmetaal. – Voor het Duitsland van die tijd vaardigde keizer Ferdinand I in 1559 de keizerlijke muntvoet uit. Acht thalers (thaler: genoemd naar de Boheemse stad Joachimsthal met zijn rijke zilvervoorraden) moesten worden geslagen uit één gewichtsteken – 233,856 g fijn zilver volgens de huidige maateenheid. – In 1623 werd de nieuwe keizerlijke muntslag ingevoerd. Eén mark zilver was nu negen daalders en twee groschen waard. – Reeds in 1697 werd overeenstemming bereikt over de Zinnische Fuss (tinnen voet), genoemd naar het klooster van Zinna in Maagdenburg, waar het muntdeputaatschap bijeenkwam. De zilverwaarde steeg tot tien daalders en 12 groschen. – Deze werd in 1699 gevolgd door de Leipziger voet: het markzilver werd toen geslagen op twaalf daalders. – In 1823 werden in Pruisen veertien thalers van het markzilver geslagen. – Naast deze keizerlijke munten was er een ongezonde veelheid (een rampzalig aantal) van andere munten in omloop gebracht door muntende vorsten. – Na 1871 werd de thaler in alle Duitse deelstaten vervangen door de mark (= eenderde thaler) tegen 100 pfennigs. Begin 1999 verving de euro de mark als wettig betaalmiddel in Duitsland.- Zie Muntcomités, Muntunie, Latijn, Muntverdragen, Pond.

Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/

Comments

So empty here ... leave a comment!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Sidebar