Skip to content
Finanzbegriffe A–Z Sprachen Institutionen llms.txt 206,124 TERMS 26 LANG REST MD JSON-LD

Sprachbestand des Finanzlexikons

Dutch

7,469 veröffentlichte Finanz- und Wirtschaftsbegriffe in dieser Sprachkategorie.

Dutch

Put optie

Optiecontract dat het recht inhoudt om – een goed zoals deviezen, een financieel instrument of een grondstof – tegen een bepaalde prijs – binnen een bepaalde periode te verkopen. – Een putoptie wordt gekocht…

Aktualisiert 10. September 2022

Dutch

Put or call of more, repeat option business

De aankoop of verkoop van een bepaald bedrag aan effecten met het contractueel overeengekomen recht om bijkomende effecten te eisen of, in geval van een verkoop, bijkomende effecten aan de koper te leveren. –…

Aktualisiert 10. September 2022

Dutch

Putgeld (well due; divisie munten; lucky penny)

Vroegere heffing voor het onderhoud van een openbare put die voor de drinkwatervoorziening wordt gebruikt, met inbegrip van de bezoldiging van de fonteinmeester (exploitant van de watervoorziening), die op vele plaatsen ook verantwoordelijk was…

Aktualisiert 10. September 2022

Dutch

Pyramide (piramide[ing])

Ponzi-regeling waarbij beleggers buitengewoon hoge winsten worden beloofd en in eerste instantie worden uitbetaald. De uitbetalingen worden echter niet gedaan uit het rendement dat op de markt wordt gegenereerd. In plaats daarvan worden zij…

Aktualisiert 10. September 2022