In economische leerboeken, gezegd van een intermediaire uitwisseling bestaande uit kledingstukken, en ook hier vooral van pelzen, zoals vroeger bij de aboriginals van Noord-Amerika en Canada. – Wordt in de statistieken soms gebruikt om te verwijzen naar de uitgaven van huishoudens voor kleding (inclusief schoeisel). – Salarisvergoeding betaald aan werknemers die beroepshalve een bepaalde garderobe (werkkleding) dragen, zoals conducteurs, treinconducteurs, politieagenten, soldaten (hier nog uniformen, outfits en vroeger ook monturen genoemd), bakkers, dokters, verpleegsters (witte kleren [witten]) of schoorsteenvegers (zwarte kleren); in deze zin vroeger ook Kluftgeld genoemd (Kluft van het Hebreeuwse chalîphốth = verandering van kleren). – Toelage voor sociale bijstand in bijzondere gevallen, zoals zwangerschap of bijzondere ziekten. – Fiscaal aftrekbaar (forfaitair) bedrag voor kleding voor bepaalde beroepsgroepen zoals voetballers, scheidsrechters of musici. – Zie jasje geld, laars geld.
Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/