Het verschil tussen de aankoopprijs en de verkoopprijs van een activum. – Het verschil tussen de uitgifteprijs en de huidige prijs van een papier. – Het verschil tussen de contante prijs en de termijnprijs die voor een grondstof wordt genoteerd. – Het geldbedrag dat nodig is voor een belegging in op krediet gekochte effecten, dat op sommige beurzen moet worden gedeponeerd om de vorderingen uit termijntransacties te waarborgen. – Een onderpand dat de houder van een positie in effecten, opties of futurescontracten moet storten om het kredietrisico van zijn tegenpartij, meestal zijn makelaar, te dekken. – De winstmarge van een bank; in grote lijnen het verschil tussen de rentetarieven bij het in ontvangst nemen van deposito’s en bij het verstrekken van leningen. – Zie bankkosten, makelarij, facturering, inhouding, provisie, looptijdtransformatie, kredietaandelen, marginsdekking, margedruk, minimum margins, forfaitair tarief. – Zie het maandverslag van de Deutsche Bundesbank van september 2006, blz. 15 e.v. (ontwikkeling van de marges bij de Duitse banken sinds 1999; zeer veel overzichten en fijnmazige statistieken), alsook het desbetreffende septemberverslag van de Deutsche Bundesbank.
Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/