Betaling aan de reder (Reeder; eigenaar van een schip) indien het schip niet op tijd wordt geladen of gelost (stilligperiode, detentie) overeenkomstig de contractuele overeenkomst tussen de reder en de bevrachter (Charterer), zie voor Duitsland § 568 e.v. HGB. Hetzelfde geldt voor andere vervoermiddelen (een overeenkomstige verordening is van toepassing op andere vrachttransportmiddelen). – Bij aankopen op de goederenbeurs, de extra betaling op de prijs indien de gekochte goederen niet binnen de overeengekomen termijn worden afgehaald; in dit geval vaak ook opslagkosten, warehousing charges genoemd. – Vergoeding voor het voor anker leggen van jachten in een jachthaven (jachthaven: een dok voor kleine jachten en kajuitzeiljachten, gewoonlijk ook met bevoorradings-, reparatie- en andere faciliteiten voor pleziervaartuigen), ook genoemd jachtgeld en boothavengeld. – Zie Auseisunggeld, Bordinggeld, Furtgeld, Gussgeld, Hafengeld, Kaaggeld, Kaigeld, Krangeld, Lastgeld, Leichtergeld, Leuchtturmgeld, Lotsengeld, Mützengeld, Packhofgeld, Pratikageld, Standgeld, Wartegeld, Schleusengeld.
Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/