Eerdere betaling ter aflossing van de verplichting (Fron; soccage) van een horige (villein) om aan een jachtheer het jachtkamp te verlenen, namelijk het verschaffen van onderdak en voedsel voor – de jagers zelf samen met de jachtpartij als groep personen die de bereden jachtheren te voet moesten begeleiden, – de jachtpaarden (jagers) en – de jachthonden (hounds = jachthonden). – Vroeger werd aan de meester van de jachthonden betaald wanneer bossen tot bouwland werden omgevormd, ook schoof, jagershennep en jagersschoof genoemd. – Vandaag wordt soms nog gesproken van jachtpacht (betalen voor jachtrechten). – Zie vrijstellingsgeld, dienstgeld, dispensatiegeld, aflossing, bosagium, freikaufgeld, Frongeld, Hundegeld, Kalbgeld, Kanon, Käsegeld, Kuhgeld, Lagergeld, Wildbanngeld.
Opgelet: De financiële encyclopedie is auteursrechtelijk beschermd en mag zonder uitdrukkelijke toestemming alleen voor privé-doeleinden worden gebruikt!
Universiteitsprofessor Dr. Gerhard Merk, Dipl.rer.pol., Dipl.rer.oec.
Professor Dr. Eckehard Krah, Dipl.rer.pol.
E-mailadres: info@jung-stilling-gesellschaft.de
https://de.wikipedia.org/wiki/Gerhard_Ernst_Merk
https://www.jung-stilling-gesellschaft.de/merk/
https://www.gerhardmerk.de/